Hoofdstukindex:

Jan Akkerman opent woensdag 29 april de nieuwe expositie Eelco Gelling – Geweldenaar op de Gitaar. In verband met deze gebeurtenis sprak de webredactie uitgebreid met Jan. Bijgaand verhaal is daar de weerslag van. 

XAkkermanborstbeeldJan Akkerman is al lange tijd één van de meest gerespecteerde gitaristen van de internationale muziekwereld. Akkerman was op zijn veertiende reeds bezig met, zoals hij het noemt, een "mengeling van fusionmuziek." Na diverse omwegen doorliep hij het Amsterdamse Sweelink Conservatorium, waar hij vijf jaar gitaar studeerde. Vervolgens was hij lid van allerlei groepen, waaronder The Friendship Sextet, The Cellar Rockers enThe Hunters, waarmee hij in 1966 een hit scoorde met Russian Spy and I

Twee jaar later kwam hij, samen met onder meer zanger Caz Lux, in Brainbox terecht. Met deze formatie nam hij in 1969 een legendarische debuutelpee op en leverde hij tevens enkele hits af, zoals Down Man en Dark Rose/Summertime.

XAkkermanfocusHierna vormde hij in de jaren zeventig met Thijs van Leer de kern van de progressieve rockgroep Focus (foto links), die wereldfaam kreeg met onder meer Hocus Pocus. In 1973 werd Jan door het Engelse muziektijdschrift Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Vijf jaar later verliet Akkerman Focus en ging hij solo verder. Vanaf die tijd treedt hij op in clubs en theaters over de hele wereld. Jan is zeer actief als sessiemuzikant en als begeleider van talrijke artiesten. Zo werkte hij onder meer met Alan Price, Cozy Powell, Herman Brood, Claus Ogerman, Charlie Byrd, Ice T. en B.B. King.
Sinds enkele jaren doet Jan oude tijden herleven met My Brainbox, een project met onder meer zanger Bert Heerink (ex-Vandenberg). In maart 2013 haalde Akkerman de door hem zeer gewaardeerde Eelco Gelling bij het Henny Vrienten-initiatief Gitaarjongens en speelden ze op een éénmalig concert in Carré. Die samenwerking kreeg eind 2013 en 2014 een vervolg bij enkele speciale optredens van My Brainbox, waarin Gelling een gastrol vervulde.

Tijdens de inmiddels ruim vijftig jaar durende carrière van de in 1946 in Amsterdam geboren meestergitarist kruisten zijn paden die van de Blizzards op gezette tijden. Jan speelde in de jaren tachtig regelmatig mee met de verschillende groepen die Harry Muskee erop nahield. In 1990 was Akkerman als speciale gast aanwezig bij Muskee’s jubileumconcert in het Utrechtse Vredenburg.

Als we Jan benaderen voor een interview, stemt hij direct in. "Ik kom wel naar Grolloo," laat hij weten. "Daar is het voor Harry en mij ook allemaal begonnen."
Later legt hij uit: "Ik kwam eind jaren zestig regelmatig bij Harry op bezoek. Dat was rond 1968. Ik had net Brainbox. We kwamen een keer terug van Ameland geloof ik, en op één of andere manier ben ik toen in Grolloo beland. Van hieruit is dus die vriendschap ontstaan. Wat ik me nog van dat boerderijtje herinner? De bedstee, een hoop drank en weinig licht, heel donker allemaal. Een beetje De Aardappeleters van Van Gogh."

XAkkermanbrainboxJan praat anderhalf uur voluit over zijn herinneringen aan C+B. Hij doet dat op de hem kenmerkende wijze, met zijn bijzondere gevoel voor humor en sterke vermogen tot relativeren. Hij heeft het allemaal van dichtbij meegemaakt, de internationale rockwereld en de daaraan gekoppelde glamour. Jan is er niet positief over. "Het is strontvervelend, echt waar." En Focus, waarmee hij wereldberoemd werd, bestempelt hij steevast als "dat clubje". Brainbox  vond hij eigenlijk veel leuker, vertrouwt hij ons al snel toe.

Over Harry en Eelco praat hij met opvallend veel genegenheid. "Zij werden vrienden van me en voelden mij precies aan. Ze snapten waar ik het over heb. Dat kom je niet zo vaak tegen in dit gekke wereldje, dus dat koester ik," stelt hij nadrukkelijk.

 


Brede kijk
XJangitaarhoudingDe eerste keer dat Akkerman de Blizzards ontmoette, was bij Sarasani op Texel. "Rond 1967. Ik speelde toen in de Hunters. In het begin was het met Harry alleen: Hoi. Begroeten dus. Verder niks. Maar langzaam mondde dat uit in vriendschap. Ik had toen al iets met de blues. Blues is altijd goed. Ik ben geboren op de Raamgracht in Amsterdam, vlakbij de rosse buurt. Uit de kroegen klonk niet alleen het bekende repertoire aan smartlappen, maar ook heel veel soul en andere zwarte muziek. Die heb ik dus op zeer jonge leeftijd gehoord en opgezogen. Harry had een brede kijk op de blues. Dat was maar goed ook, anders had ik niet met hem kunnen praten. Dat is juist het mooie van muziek, dat je je niet hoeft te beperken tot een eenzijdige blik. Dat je alle kanten uit kunt. Ik houd van breedheid in de ruimste zin van het woord. Wat dat betreft waren Harry en ik wel aanverwante zielen."

Wat die vriendschap betreft had Jan door de jaren heen meer contact met Harry dan met Eelco. "Eelco bewonderde ik echt om zijn spel. Hij had eerst een zwarte Les Paul Custom gitaar die hij later heeft omgeruild voor de rode Gibson Les Paul Sunburst. Ik heb die Custom vervolgens overgenomen en er furore mee gemaakt. Hocus Pocus heb ik er nog op gespeeld. Eelco weet dat volgens mij niet eens. Er zit altijd wel een verhaal achter die gitaren, net zoals vroeger met een oud geweer of pijl en boog. Alleen minder bloederig…"

Temidden van alle andere Nederbeat-groepen uit die tijd, sprongen de Blizzards er voor Jan duidelijk uit. "Het was blues en ik was al snel gek van Eelco’s gitaarspel. Zoals hij speelde, dat hoorde ik bij de Earrings en de Outsiders niet. Ik genoot van zijn solo’s. Het bijzondere was dat Eelco niet strikt blues speelde, maar heel veel zijpaadjes nam. Hij durfde andere noten te spelen. Dat vond ik toen heel verfrissend, en zelfs lichtelijk geniaal. Spelen is vaak het vereenvoudigen van iets heel moeilijks. Dat deed Jezus Christus ook. Die vertelde iets ingewikkelds op een hele eenvoudige wijze. Terwijl het toch verdomd moeilijk was wat hij allemaal deed. Dus wat dat betreft zat Eelco wel goed met de blues…"

Muzikaal geheugen
XAkkermanEelcovredenburgIn een eerder interview met Gelling elders op deze website legt Eelco uit dat hij bij zijn spel erg leunt op de vorm van de dag en het daaraan gekoppelde vermogen tot snelle improvisatie. Zijn muzikale geheugen noemt hij dat zelf. Jan Akkerman (links met Eelco in 1990) herkent dit zonder meer. "De ene gitarist heeft dat meer dan de andere. Het is gevoel tegenover techniek en alle variaties die je daarop kunt bedenken. Eelco speelt op basis van zijn gevoel de meeste van zijn improvisaties. Dat kan alleen als je 100% gefocust blijft. Lukt dat niet, dan heb je een grote kans om op een dwaalspoor te raken. Daar verkijken velen zich op. Je kan wel lekker een stuk van Rachmaninoff op de piano willen spelen, maar ga daar maar eens aan staan…"

"Wat je ook doet in dit vak, er is altijd enorm veel werklust en discipline voor nodig. Pas dan kun je over water lopen, mits je weet waar de paaltjes staan. Technisch, harmonisch, ritmisch…Ik ben bang dat Eelco dit door de jaren heen een beetje uit het oog is verloren. Niet omdat hij onmuzikaal of dom is, integendeel zelfs. Het is alleen allemaal wat roestig geworden. Maar waartoe hij in staat is, is fenomenaal. Eigenlijk is de blues op zich een zeer simpel gegeven, met slechts die twaalf maten. Eelco kan zich daarin als geen ander uitleven, precies op de manier die hij zelf wil. Hij heeft iets verfijnds in zijn karakter en in zijn muziek. Als je zelf gitaar speelt en je luistert goed naar hem, hoor je dat hij zich in zijn spel veel bijzondere, soms verbluffende invalshoeken permitteert. Dat kan hij juist omdat hij niet onintelligent is. Dat bedoelt hij onder meer met zijn muzikale geheugen vermoed ik. Iedere muzikant gebruikt de muziek als een soort vehikel, maar bij Eelco is het zuiver muzikaal. Daarom heb ik zo’n waardering voor hem. Hij heeft mij in mijn eigen gitaarspel absoluut geïnspireerd tot bepaalde dingen waarvan ik dacht: Hé, dat kan ook nog…"

In de korte pauze die volgt zegt Jan te hopen dat hetgeen hij vertelt begrijpelijk overkomt. Het is immers allemaal zo intuïtief. "Snap je het nog een beetje? Het zit puur van binnen man. Je voelt het aan of niet." Ineens schiet hij in de lach. "Soms is die oude Eelco er zomaar weer. Toen Herman Brood in 2001 die hit van Peter Koelewijn, Kom van dat dak af, wat al te letterlijk nam, werd ook Gelling om een mening gevraagd. Die gaf hij ongezouten. Zonder gebit in zijn mond zei hij op dat ietwat benepen toontje van hem (Jan doet hem na): Tja, als je jezelf zoals Brood naar buiten toe zo sterk profileert, moet je daar ook de consequenties maar van nemen. Toen dacht ik: Zóóóó… Goedendag, mag ik u feliciteren? Het zit er dus nog wel bij Eelco. Wat een geweldige observatie van hem. Het spijt me, maar daar heb ik dus alle waardering voor. Ik vind zoiets gek genoeg een hele goede vorm van relativeren die Eelco erop nahoudt. Hij heeft zichzelf trouwens ondertussen ook al aardig weg gerelativeerd, maar daar kunnen we gelukkig nog wat aan doen…"

 


Beter dan Clapton
XAkkermanGellingBarneveldHet blijft uiteraard appels met peren vergelijken, maar het is een interessante vraag hoe de verhouding in kwaliteit lag tussen Eelco (foto links: Gerrie van Barneveld) en de grote internationale gitaristen uit die tijd. John Mayall had plannen voor Gelling in zijn Bluesbreakers, Van Morrison wilde hem maar al te graag meenemen naar Amerika en vertelde Jan zelf niet over Eelco bij hun optreden in Carré dat hij veel van hem had geleerd en dat hij Gelling beter vond dan Clapton en "al die anderen"?

Jan, fel: "Ja, ja, ja! En dat ben ik nog steeds van mening! Daarom zeg ik ook heel gewoon: Laat die anderen allemaal lekker de kolere krijgen… Want Eelco heeft nooit de waardering uit die hoek ontvangen die hij verdiende. Misschien wilde hij dat ook wel niet, maar ik weet hoe dat spul in elkaar zat daar, en hoe chauvinistisch ze waren en nog steeds zijn. Dat heb ik zelf immers ook meegemaakt. Ik zat vorige week nog te kijken naar Crossroads, het festival dat Clapton regelmatig organiseert met al die zogenaamde supergitaristen. Nou, dan heb ik van Eelco veel mooiere dingen gehoord hoor. Al dat gedoe in het buitenland... Het is gewoon één grote Angelsaksische koloniale zooi daar. Na al die jaren ben ik er wel achter dat het er geen donder toe doet wat je kan, maar wie je kent…"

XJanportretIn 1969 ging een geplande tournee van de Blizzards naar Amerika niet door. Over de vraag of Eelco daar in die tijd als gitarist had kunnen doorbreken, moet Jan even nadenken. "Muzikaal absoluut," antwoordt hij na enige tijd. "Maar ik denk dat er een grote kans was geweest dat hij er qua persoon aan onderdoor was gegaan. Nogmaals: Het gaat daar niet uitsluitend om je kwaliteiten, maar vooral om de connecties en de kontenkruiperij. Heb je Johnny Winter wel eens gezien? Of Jimi Hendrix? Die moest bij ieder optreden zijn spullen in de fik steken, anders kreeg hij z’n dope niet. Die jongens zijn gewoon martelaren van de business geworden. Die hele rock scene is één grote bonfire of vanities en ik denk niet dat Eelco zich daarin gelukkig zou hebben gevoeld. Ik heb vijf jaar met Focus door Amerika getoerd. Uiterst saai en vervelend. Elkaar maar naaien en screwen, sodemieter op! Daarvoor ben ik de muziek niet ingegaan…"

"Voor mij is het misschien makkelijk praten, omdat ik het allemaal heb meegemaakt en vele anderen niet, die dat wel hadden gewild. Maar Eelco is later toch met de Earring naar Amerika geweest, inclusief dat permanentje op z’n kop? En hij weet donders goed dat het daar niet helemaal lekker is verlopen. Eelco is natuurlijk ook helemaal geen rock zoals de Earring die speelt. Hij is een bluesman. Dat heeft zich lichtelijk tegen hem gekeerd. Misschien is het wel z’n redding geweest dat het daar niets is geworden. Het stelt echt geen fuck voor, allemaal gebakken lucht. Zo wil je toch niet leven man. En wat er dan voor ongelooflijke klootzakken op je af komen, daar heb je geen idee van…"

 


Gitaarjongens
XGitaarjongensakkermangellingIn het voorjaar van 2013 organiseerde Henny Vrienten het project Gitaarjongens. Hij maakte een documentaire over enkele van zijn favoriete Nederlandse gitaristen en bracht ze samen voor een concert in Carré. Vrienten probeerde ook in contact te komen met Eelco Gelling, maar hij kon hem niet vinden. "Ja, dat hoorde ik," vertelt Akkerman. "Ik zat met Henny in een praatprogramma waar de één of andere lul van een presentator mij steeds uitmaakte voor Harry Sacksioni." Jan gromt afkeurend als hij eraan terugdenkt. "Henny vertelde dat hij Eelco niet te pakken kon krijgen. Ik heb Eelco toen een briefje geschreven met enkele herinneringen aan vroeger. Dat we in de boerderij van Harry briefjes naar elkaar zaten te tikken met dronkemans geneuzel en andere pseudo-psychologische onzin over een roerdomp die eigenlijk in de paalhouding moest staan. Ik eindigde met: Kom je nou nog of niet? Eelco’s reactie was dat hij dit niet kon weigeren. Nou, dat is toch een fantastisch gentlemen’s agreement? Ze mochten willen dat ze dat ooit in de politiek zo voor elkaar kregen."

Jan vertelt vervolgens dat bij het Gitaarjongens-concert in Carré eigenlijk niemand met Eelco wilde spelen. "Nou, ik wel! En het was één van de mooiste momenten van de avond. Niet alleen voor hem of voor mij, maar ook voor het publiek. Sommige mensen zaten met tranen in hun ogen toen hij het podium op kwam en aan de gang ging. Hoe slecht het overigens ook was, want er zat niet één rechte noot tussen. Maar het is hem vergeven."

"Bert Bijlsma, die mij al vijftig jaar boekt, kwam vervolgens met Eelco op de proppen voor die eindejaarsconcerten. Iedereen raadde het me af. Want Eelco? Die komt immers nooit op afspraken, dat kun je vergeten. Dat bleek wel uit het verleden. Nou, ik weet dat de verhouding tussen Harry en Eelco niet altijd even goed was. Naar mij toe hebben ze overigens nooit een slecht woord over elkaar gezegd. Harry heeft alleen zijn teleurstelling uitgesproken dat Eelco zelden op tijd was. Hij kon dat niet meer bolwerken. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. Als je met een bandje op een podium stond te wachten en Eelco ontbrak, omdat zijn hond dood was of omdat er geen treinen reden vanaf Ameland of een andere kutsmoes, ja wat moet je dan?"

XEelcoJanzwartwit"Maar zo extreem als Harry heeft meegemaakt ken ik Eelco niet. Eelco en ik hebben een automatische klik op dat gebied. Je respecteert elkaar door afspraken na te komen. Dat is een ethisch moreel iets, dat hij toch opbrengt voor mij en omgekeerd. Dus zei ik tegen Bijlsma: Als hij maar wel op tijd komt en zich aan de afspraken houdt. En zo is het ook gelopen. Eelco heeft voor ieder optreden globaal de stukken doorgenomen en de soundchecks gedaan, iedere middag vier uur achter elkaar. Geen kik. En laten er dan wat valse borrelnootjes tussen hebben gezeten. So what… Miles Davis heeft in z’n hele leven niet één rechte noot gespeeld! In 2014 was Eelco trouwens beter dan het jaar daarvoor. We deden een stuk van Robert Cray, I’ve slipped her mind, dat hij foutloos speelde, in driekwartsmaat, en waarbij hij prachtige mooie fills liet horen. In één keer was het er…"

In de jaren tachtig maakte Jan Akkerman regelmatig deel uit van de verschillende formaties rond Harry Muskee. Het waren de tijden van de Muskee Band, Muskee Gang of gewoon Muskee. "Ik deed mee als gastgitarist. Lekker toch? Andersom gebeurde dat ook wel. Ik heb het al eerder gezegd: We zochten elkaar altijd op. Ik herinner me het Kerstvolleybal-toernooi in Assen nog. Godsamme, ik heb zelden zo gelachen. Een hoop drank, veel gekkigheid, een pretsigaretje erbij, en maar giechelen, raar doen en spelen als een gek. En de volgende dag met een houten harsens rondlopen en kankeren dat het allemaal wel wat minder had gekund. Jelle Meinema en Rudi van Dijk deden ook mee. Ja die Van Dijk… Die stapte de volgende morgen ook met grijze neusgaten het conservatorium binnen hoor, om les te geven… Leuke gozer!"  


Kapotte relatie
XAkkermanMuskeeGellingIn diezelfde jaren liep de relatie tussen Muskee en zijn toenmalige vriendin Mariska Cock stuk. Net zoals twintig jaar eerder met Miep Huisman, liet ook deze breuk diepe sporen na bij Harry. Tijdenlang kon hij zijn verdriet geen plaats geven. Jan Akkerman (links op de foto met Eelco en Harry in 1985, foto Paul Beijlen) ving hem op. "Ik vond Harry over het algemeen helemaal niet zo depressief, maar toen was het raak. Allemachtig… Ik ben een week bij hem gebleven in zijn flat aan de Smetanalaan. Hij zat iedere ochtend te huilen in bed. En die neigingen van hem om zichzelf wat aan te doen…"

"Hij hing diverse malen bijna aan de reling van de galerij. Samen met Tieme van Veen en zijn vrouw Gura van café De Witte Bal hebben we hem geen moment uit het oog verloren. Godverdomme, sommige dingen gaan een beetje boven mijn begroting en dit was er één van. Toen na die week de ergste ellende bij hem voorbij was, kon ik naar het RIAGG..."

Grinnikend: "Ik heb geprobeerd hem flink op te beuren door die Mariska met de grond gelijk te maken, tegen beter weten in. Ik naaide hem stevig op: Laat dat volgescheten palingvel toch barsten, dat tyfuswijf, sodemieter op met die vieze hoer. En meer van dat soort fraaie kreten. Een paar weken later belde een withete Mariska me op. Heb jij al die vreselijke dingen over mij gezegd, grote klootzak? Ik was heel verbaasd: Hoe weet jij dat nou? Ja, riep Mariska, van Harry natuurlijk. Die zei: Ik moest dat van Jan Akkerman tegen je zeggen. Nou lekker Harry, dank je wel… Daardoor kreeg ik de volle laag van dat mokkel. Jezus man…"

XHarryenJanJan schiet voor de zoveelste maal tijdens het gesprek in de lach. "Het was dus uit met Mariska. Harry was helemaal kapot, maar er stonden toch nog wat concerten gepland. Om hem geestelijk bij te staan, heb ik toen een paar optredens met hem gedaan. Rudi van Dijk was er geloof ik ook bij. Bij het eerste concert kwam Harry na een instrumentaal intro het podium op geschuifeld. Hij liep naar de microfoon en begon met zijn nummer. Dat op zich had al iets tragikomisch. Ik keek van achteren tegen hem aan. Hij had een haarborstel in z’n kontzak gestoken, met de steel naar beneden. In het felle licht van de spots kon je duidelijk zien dat de haren van Mariska nog in dat bovenstuk zaten. Nou had Harry zoveel trammelant met die vrouw gehad, maar haar lange blonde haren wapperden vrolijk in z’n kontzak mee op de maat van Harry’s bewegingen. Dat was zó bizar… Ik kwam niet meer bij van het lachen…"

 


Hekel aan Koelewijn
XJanjasjeharryDe laatste keer dat Akkerman Harry zag, was bij het Instituut Beeld en Geluid in Hilversum, ongeveer een half jaar voor zijn dood. "Het was de opening van één of andere expositie geloof ik. Ik stond met Harry te praten en plotseling schoot hij een andere kant op. Peter Koelewijn kwam namelijk binnen en daar had Harry een bloedhekel aan. Volgens hem deed Koelewijn altijd vrij neerbuigend over mensen uit het noorden en bovendien beweerde hij met Kom van dat dak af de rock ‘n roll in Nederland te hebben gebracht. Helemaal verkeerd natuurlijk, want op rock ’n roll-gebied was er maar één in dit landje en dat was Andy Tielman. Dus Koelewijn was voor Harry een hele foute man, die hij zoveel mogelijk wenste te ontlopen. Koelewijn kwam naar me toe voor een begroeting. Harry stond achter zo’n glazen wand uiterst obscene gebaren rond zijn kruis te maken. Koelewijn kon dat niet zien, maar ik wel. God, en dan die rare kop van Harry er ook nog bij…"

Jan laat dit tafereel op zich inwerken. Hij ziet het weer helemaal voor zich. Hoofdschuddend zegt hij: "Harry was een behoorlijk dwars baasje, maar ik heb er nooit iets van gemerkt. Hij had een mening, en mag dat niet dan? Wat dat betreft kan ik er ook wat van hoor… Maar ja, twee dwarsliggers, dat ligt elkaar misschien wel. Harry zei ook soms tegen me dat ik wel een Drent kon wezen. Het is wonderlijk hoe dat in elkaar greep: Ik kom uit de achterbuurten van Amsterdam en heb niets noordelijks. En toch vond Harry dat ik wel een Drent kon zijn…"
 
XAkkermanKingTot slot praten we nog even over het feit dat Jan Akkerman enkele malen heeft gespeeld met B.B. King (foto links). Het gaat uiteindelijk om de blues nietwaar? Jan: "Ik wou dat ik 10% van zijn charme had. Die man is gewoon uniek. Ik heb heel veel Franse en Django Reinhardt-invloeden in mijn spel en King heeft natuurlijk een hele andere achtergrond. Maar toen we met z’n tweetjes op de bühne begonnen te spelen, zaten we elkaar al na enkele seconden verbaasd aan te kijken. We bleken op precies dezelfde lijn te zitten."

Marian, de vrouw van Jan, vult aan: "Na afloop zei B.B. King dat hij af en toe vergat om zelf te spelen, omdat hij zo graag naar Jan wilde luisteren." Jan gaat daar direct op verder: "Dat had ik dus vroeger met Eelco ook. Als je wilt weten wat ik van Eelco vind, is dat het simpelste en duidelijkste antwoord. Als we samen speelden, hield ik vaak op omdat ik alleen maar naar Eelco wilde luisteren. Dat zegt toch alles? Ik kan zelf best een aardig riedeltje weggeven, maar ik vond hetgeen Eelco had te vertellen op zijn gitaar veel belangrijker dan alle Hendrixen, Claptons en Becks bij elkaar. Dat vond ik toen al, en dat vind ik nog steeds, met alle respect!"

Als Jan later het C+B Museum bezoekt, stapt hij voor het eerst sinds 45 jaar het voormalige boerderijtje aan de Voorstreek weer binnen. Na enige tijd maakt hij zich los van het kleine gezelschap. Hij zoekt bewust de stilte van de deel. Nauwkeurig bekijkt hij alle voorwerpen in de vitrines. "Zo, dit komt wel even heftig binnen bij me," zegt hij ontroerd, om er enige ogenblikken later aan toe te voegen: "Ik wist helemaal niet dat Harry ziek was. Hij is natuurlijk veel  jong overleden en eigenlijk besef ik nu pas hoe erg ik hem mis…"

 

 

 

 

 

 

Naar boven