XXMixturesNet zoals in veel andere plaatsen in ons land, schoten in de jaren vijftig ook in Assen de verschillende bandjes als paddestoelen uit de grond. Allemaal begonnen ze met het naspelen van populaire nummers. De meeste van die groepjes waren oorspronkelijk gewoon buurtjongens, die besloten om een band te beginnen. Wie welk instrument zou bespelen (voor zover men dat überhaupt beheerste), werd vaak aan het toeval overgelaten. Ook Harry Muskee (op de foto uit 1958 als lid van The Mixtures, links met gitaar) werd eind jaren vijftig met dat 'virus' besmet. Twee muzikale vrienden die daar mede debet aan waren, zijn de broers Jaap en Henk Hilbrandie.

Jaap is een leeftijdsgenoot van Muskee. Ik heb Harry leren kennen toen ik zes jaar was," vertelt hij. "We zaten samen op de lagere school aan de Noordersingel. Op de MULO aan de Gymnasiumstraat werden we vrienden, voornamelijk vanwege onze belangstelling voor de natuur. We gingen vaak 'strunen', op de Kampsheide en het Balloërveld. We speelden voetbal, volleybal en deden aan wielrennen. Wat later kwam de interesse voor muziek, vooral door radio Luxemburg. We draaiden plaatjes, bij Harry op zijn kamertje thuis aan de Vondellaan, of bij ons. Harry had Fats Domino met Blue Monday, herinner ik me nog."

XXHilbrandiedesolationHenk Hilbrandie (foto links) is enkele jaren jonger dan Jaap, maar hij wordt gezien als degene die veel talent, een brede smaak en doorzettingsvermogen had. Hoe zijn die muzikale activiteiten begonnen?
"Ik was negen in 1953 en kreeg een kreupel gitaartje van mijn neef Roel Balten. Hij had bij de AVRO-radio een verzoekplatenprogramma, genaamd Voor de Nederlandse strijdkrachten. Toen ben ik gitaar gaan spelen, gevolgd door piano. Jaap startte eveneens met les, maar tokkelde op diverse voorwerpen ook al ritmes mee. Harry Muskee en Harry Kramer, een andere vriend van Jaap, kwamen regelmatig bij ons thuis, hoorden ons muziek maken en vonden het leuk om mee te doen."

De Hilbrandies woonden aan de Oosterparallelweg en, vanaf 1960, in een vrijstaand huis aan de Pelikaanstraat. Op zaterdagavonden werd er vaak gemusiceerd. Zo zongen Harry en Henk The Everly Brothers na. Vlak daarna kwam de tijd van Little Richard, Tutti Frutti en dergelijke. "Er ging een wereld voor ons open," aldus Henk. "Wij kenden de Spelbrekers en Max van Praag en the Everly’s, maar dit niet… Tutti Frutti bracht ons bij de rock & roll en rhyhtm & blues. Van Roel Balten kreeg ik tevens platen die hij voor zijn programma niet gebruikte. Dat was voornamelijk jazz; Art Tatum, Thelonius Monk, Eric Dolphy, Garry Mulligan, Chet Baker. Die elpees draaide ik ook graag en Harry Muskee genoot vaak mee. Bij ons thuis werd Harry dus op het spoor gezet van die muziek en van het musiceren."

Inspiratie
Beide broers zijn er dan ook van overtuigd dat deze periode voor de jonge Muskee een belangrijke voedingsbron en inspiratie is geweest. Rond zijn vijftiende jaar kreeg Harry enig privé-gitaaronderwijs van zijn vriend Theo Felix, die hem wat basisakkoorden bijbracht. Jaap en Henk Hilbrandie besloten in 1958, na al in een ander groepje The Music Boys te hebben gespeeld, een "wat serieuzer" bandje op te richten, The Mixtures. Nou ja serieus…

Jaap had zelf een drumstel in elkaar geflanst, met conservenblikken en trommeltjes die met varkensblazen waren bespannen. Die kwamen van hun vader uit de vleescentrale. Muskee kocht een gitaar, zo’n goedkoop triplex ding, vermoedelijk bij Tonika op de Varkensmarkt. Hij was linkshandig, dus moesten de snaren worden overgezet. Harry Kramer bemachtigde een heuse banjo, Bram van Staveren kwam erbij op piano en Meiko Kijf bespeelde een zelfgefabriceerde staande theekistbas, met een lange stok en een strakgespannen draad. Die theekist was tevens de klankkast. Hij kreeg al snel blaren op zijn handen van die snaar, dus speelde hij altijd met handschoenen aan. Er kwamen zowaar wat optredens: schoolfeestjes, klassenavonden…
Mixturesgroot

Het bewijs zijn die eerste paar foto’s uit het plakboek van Jaap Hilbrandie, gemaakt op 25 januari 1958 in De Hertenkamp (zie foto boven, met geheel links Harry Muskee op gitaar). Volgens de beide broers traden ze toen op tijdens het 'sokkenbal'. "Dansleraar Jaap Jongepier had een school aan de Collardslaan. Het eind van het cursusjaar werd gevierd met een zogenaamd sokkenbal. Wij oefenden met The Mixtures soms in zijn zaaltje. Voor dat feest had hij een band nodig, dus was het logisch dat wij werden gevraagd," aldus Henk.
"In die tijd was skiffle het toch wel voor ons," vervolgt Jaap. "Lonnie Donnegan en zo. Tom Dooley en It takes a worried man, dat soort dingen deden we, maar toch ook  al wat jazz en dixieland. Chris Barbers Jazz Band en de  New OrIeans Syncopaters waren onze voorbeelden."

Henk: "Ik weet nog goed dat we met onze hele groep op 4 oktober 1959 naar Groningen zijn gegaan. Daar trad in De Harmonie Chris Barber op, met Monty Sunshine, Pat Halcox, Wally Bishop, Jim Bray en Ron Bowden. Wij hadden de goedkoopste plaatsen en we bekeken dat optreden met verrekijkers. Wat hebben we genoten!"

Old Fashioned Jazz Group
Uiteindelijk leidde het veranderende repertoire ertoe dat The Mixtures in 1960 overging in The Old Fashioned Jazz Group, waar ondertussen Eduard Ninck Blok op trompet, Andries van Leeuwen op klarinet en Alfred Luyke op drums bijgekomen waren. Luyke verving Jaap Hilbrandie, die een jaar ging varen. Na zijn terugkeer schakelde Jaap over op tenor-banjo. Ze speelden diverse muziekstijlen, die allemaal nauw aan elkaar verwant waren: skiffle, dixieland, jazz. De groep wilde dezelfde instrumentale bezetting als Chris Barber, maar miste echter nog een bassist. Zodoende vroeg Jaap Hilbrandie of Harry Muskee interesse had om bij de band te komen. Een contrabas hadden ze nog niet. Die werd eerst geleend, van een Indische meneer uit Assen.
XXOldfashioned2

"Ik weet nog dat we in het Concerthuis speelden. Het was best een grote bas, die Harry in het begin slechts met moeite kon hanteren. Na afloop viel die bas dan ook met donderend geraas van het podium af," lacht Jaap. "De hals was gebroken en Harry was helemaal in paniek. Wat moeten we nou, jammerde hij. De schade viel wel mee, met wat lijm hebben we hem gerepareerd. Uiteindelijk hebben we dat ding maar gewoon gekocht, voor 100 gulden geloof ik."

"We hadden geen flauw idee hoe we die bas moesten stemmen," zegt Henk. "Ik ben naar Sperna Weiland gegaan, de directeur van de MULO, die zelf cello speelde. Toen ik hem verzocht of hij wilde helpen met stemmen, vroeg hij wat we gingen spelen. Ik antwoordde: Skiffle en jazz en dergelijke. Waarop hij zei: Dat is zulke afschuwelijke muziek, daar ga ik beslist niet aan meewerken… Je moest in die tijd sowieso zelf overal naar op zoek en alles zelf uitvinden, dus met die bas is dat uiteindelijk ook goed gekomen…"

Harry Muskee werd dus officieel bassist in The Old Fashioned Jazz Group. "Eigenlijk had hij daar weinig aardigheid in, want dat instrument lag hem niet echt," meent Jaap Hilbrandie. "Hij deed ook maar wat. Maar goed, hij hoorde erbij, speelde in een bandje en mocht ook af en toe een nummer zingen, zoals Delia’s Gone. En daar ging het hem natuurlijk om."

Showboat
Hij staat met die contrabas op een foto bij de vijver in het Amelterbos, die is gemaakt voor de Showboat, een reizend muziekgezelschap van verschillende groepjes uit Assen en omstreken, waarmee onder leiding van Bob Douwes en Sjaak Nieuwenhuis in de regio werd rondgetoerd.
Henk: "Dit heeft maar kort geduurd, want het was een fiasco. Volgens mij hebben we maar een paar optredens gehad, waaronder één in de Molenberg in Delfzijl, waar vier, vijf betalende toeschouwers op afkwamen."
Op de foto in het Amelterbos is ook Miep Huisman afgebeeld, de latere eerste liefde van Muskee. Zij zong met Marietje Peerlekamp in The Dragons (foto onder, met onder meer rechts The Rocking Strings en in het midden The Old Fashioned Jazz Group met bassist Harry Muskee. Rechtsonder Harry zit Miep Huisman).
XXShowboatgroep

The Old Fashioned Jazz Group trad voornamelijk op tijdens lokale festiviteiten en schoolavonden. Een voorlopig 'hoogtepunt' was het al eerdergenoemde jazzconcert op 14 april 1962 in het Concerthuis (de Kolk), waar ze wel vaker speelden.

Dat leverde zelfs een heuse recensie in de krant op. Die was positief, zij het met de aantekening dat de zanger (Harry) 'slecht verstaanbaar was, hetgeen misschien zijn oorzaak vond in het feit dat zijn microfoon het niet deed'…
In datzelfde jaar werden ze tevens het huisorkest van sociëteit de Blue Corner, een deftige naam voor een oefenruimte in de Asser binnenstad.

Dick Greving was opticien aan de Varkensmarkt en zijn beide zoons George en Tonnie behoorden tot de vriendenclub van Jaap, Henk en Harry. In 1962 stelde hij de jongens in de gelegenheid in de voormalige kruidenierszaak van de familie Zeegers een 'onderkomen' op te richten. Het afbraakpand op de hoek van de Varkensmarkt en de Schoolstraat werd verbouwd tot een eigen buurthuis. De club ging de Blue Corner heten en was alleen voor leden toegankelijk. In de weekenden kwamen er regelmatig zo’n 30 tot 50 jongens en meisjes bij elkaar.

XXLidbluecorner"Hoewel de club maar kort heeft bestaan, is de Blue Corner een belangrijke smeltkroes geweest voor allerlei culturen en muziekstijlen in Assen," zegt Jaap Hilbrandie. "Er werd gerepeteerd, gediscussieerd, maar vooral samengespeeld. Hele jamsessies zijn er gehouden. Iedereen speelde met iedereen."

Een andere groep die ook als huisorkest van het jeugdhonk werd beschouwd was The Rocking Strings, met Eelco Gelling (sologitaar),  Hans en Wim Kinds (slaggitaar en drums) en Nico Schröder (bas) in hun gelederen. The Rocking Strings was een groep in de stijl van de populaire Shadows en lieten Harry Muskee met een nieuw genre kennismaken. Jaap Hilbrandie: "Muskee trad vanaf dat moment ook regelmatig met hen op en introduceerde de door hem zo geliefde bluesmuziek in de band." 

In 1963 koos Harry definitief voor The Rocking Strings en werd zanger van de groep. Willy Middel, een bluesliefhebber bij uitstek, maakte toen als bassist ook al deel uit van deze band, als vervanger van Nico Schröder, die van zijn ouders niet op zondag mocht spelen. Middel kwam van weer een ander Asser bandje, The Sinister Silhouettes. Door toedoen van Muskee, Gelling en Middel veranderde geleidelijk aan het repertoire van The Rocking Strings (foto linksonder, nog in de oude bezetting) en men besloot om onder een andere naam verder te gaan. Dat werd uiteindelijk Cuby & The Blizzards. Dick Beekman kwam al spoedig C+B versterken, als vervanger van drummer Wim Kinds. Hiermee was de eerste, oorspronkelijke bezetting van de bluesformatie een feit.

XXRockingStringsHenk Hilbrandie: "Vrij snel na de oprichting van Cuby & The Blizzards vonden Harry Muskee en vooral Eelco Gelling, dat ze er een pianist bij wilden hebben. Ze vroegen aan mij of ik lost-vast mee wilde doen, met name bij de grotere optredens en de latere plaatopnamen. Nou, daar had ik wel oren naar."
Ze repeteerden in die dagen vaak in de Kolk. "Een oom van Willy Middel was er toneelmeester en gaf toestemming om daar op stille middagen op het podium te repeteren."

Op deze bühne ontstonden vaak allerlei ideeën voor nieuwe nummers. Henk: "Eelco Gelling ontpopte zich hierbij als de grote inspirator. Harry Muskee was vaak bezig met teksten en andere dingen, maar Eelco was muzikaal zeer expresief, experimenteel en gretig. Hij was zijn tijd als gitarist ver vooruit, qua techniek en opvattingen. Daartoe voelde ik me aangetrokken. Op dat podium stond een mooie vleugel, waar ik vaak zomaar wat improviseerde. Ik weet nog dat ik een keer een versie speelde van een zweverig jazz-nummer, Mélodie Pour Les Radio-Taxis van Barney Wilen. Eelco spitste direct de oren: Wat speel je daar? Wat zijn de akkoorden? Kunnen we daar wat mee? Zo was Eelco, altijd onderzoekend, vernieuwend en bezig. Dat had Harry in mijn beleving een stuk minder."

Erkenning
Henk vindt dan ook achteraf dat Eelco Gelling te weinig artistieke erkenning heeft gekregen. "Want hij heeft ontzettend veel betekend voor The Blizzards, die hij naar mijn mening in die beginperiode op de rails heeft gezet."
Met die improvisaties in de Kolk is bijvoorbeeld ook het nummer Just for Fun ontstaan. "Dat is een nummer van mij," onthult Henk, "althans wat de muziek betreft. Just for Fun is een typische piano-boogie. Mijn inspiratie kwam van boogie-woogiepianisten als Meade Lux Lewis en Johnnie Johnson, de pianist van Chuck Berry, waar ik enorme bewondering voor had. Johnny B. Goode, Sweet Little Sixteen, fantastisch! Ik borduurde daar wat op voort en kwam al snel met een eigen melodie. Dat idee werd door de band opgepikt. Harry schreef de tekst en dit werd dus Just for Fun, dat ten onrechte te boek staat als een Muskee/Gelling-compositie. Ik was volkomen groen achter de oren en had destijds geen enkel besef om er een credit als componist voor te vragen. Als ik dat achteraf geweten had… Tja, zo ging dat in die tijd… Maar aan die repetities bewaar ik zeer goede herinneringen."

XXHenkpianoDe groep repeteerde in die beginperiode ook wel bij Harry thuis, aan de Vondellaan, in zijn kamertje. Henk (links op de foto tijdens een C+B-concert achter de piano, op de rug gezien): "Dan moesten we thee drinken in de 'mooie' kamer en kwam opoe Geertje met trillende handen thee inschenken. Harry had nog wel eens mot met haar. Als het heftig werd, noemde zij hem in plaats van imbeciel een 'imbrasiel'. Dat hebben we nog tijden naar hem geroepen: Hé Muskee, imbrasiel!"

Jaap is ervan overtuigd dat zijn broer in de beginperiode van C+B creatief een niet te onderschatten inbreng heeft gehad. "Henk was van jongs af aan bezig om zich muzikaal te ontwikkelen. Hij had een breed repertoire: blues, boogie, jazz. De meeste bandjes hadden een Shadows-bezetting en geen piano. C+B wel en daardoor klonk de groep extra bluesy. Die input heeft Henk zeker gehad. Hij speelde dingen die de andere bandleden niet kenden."

Henk Hilbrandie deed als pianist mee op de eerste C+B-elpee Desolation. Volgens de verhalen zou hij ook van de partij zijn geweest op een paar eerdere singles die in 1966 vóór de release van Desolation werden uitgebracht en op enkele outtakes, die uiteindelijk op Forgotten Tapes en Old Times Good Times terechtkwamen.
Henk kan zich de opname van die singles niet heugen. "Volgens mij ben ik daar niet op te horen, maar mogelijk wel op enkele van die outtakes. Ik ben met de groep één keer naar de Phonogram-studio aan de Honingstraat in Hilversum geweest, voor Desolation. Er wordt gesuggereerd dat die opnames haastig en in één keer op band moesten worden gezet, maar dat is niet waar. In mijn herinnering hebben we zo’n twee dagen in die studio gewerkt. We zaten ook in een hotel, waar Muskee en Gelling de boel behoorlijk op stelten zetten."

Bloedheet
De groep nam tot diep in de nacht op. "Het was er bloedheet en ik zie Harry nog zó voor me, in zijn onderbroek, weggedoken achter een scherm om zo goed en gevoelig mogelijk te zingen. De sfeer was zeer intens en bluesy, en dat hoor je in de muziek terug. In de studio stond ook een origineel Hammond B4-orgel, dat uit elkaar gelegen had en net gerepareerd was. Ik heb  er voor de elpee een aantal nummers op gespeeld, meer steunakkoorden eigenlijk. De piano had in ieder geval een veel bredere functie op de plaat, met solo’s en dergelijke."

XXHenkenEelco"We hebben van diverse tracks verschillende takes opgenomen," vervolgt Henk (op de foto met Eelco Gelling). "Van I’m In Love weet ik dat zeker. In dat nummer doe ik namelijk een pianosolo, waar ik na de eerste take niet tevreden over was. Vervolgens hebben we dat nummer nog een keer gedaan. Mijn solo was toen beter, maar de jongens waren op hun beurt over hun eigen prestaties minder te spreken. Producer Tony Vos en geluidstechnicus Frans Naber hebben toen mijn solo uit take 2 gemonteerd in take 1. Je moet het weten, maar als je goed luistert, kun je die las op de plaat horen. Ook heb ik na afloop van de opnames een band met restmateriaal meegenomen, in zo’n witte klapdoos, want die werd anders in de afvalbak gegooid. Dat was zo’n grote spoel, die ik ook op mijn bandrecorder thuis kon afspelen. Dat dacht ik tenminste, maar die tape paste niet. Ik heb helaas geen idee meer wat er met die band is gebeurd. Achteraf gezien natuurlijk heel jammer."

Doorbraak
Voor Henk staat het als een paal boven water dat het optreden van C+B in de beroemde Amsterdamse club Sheherazade (april 1966) de definitieve doorbraak van de groep in West-Nederland betekende. "Sheherazade in de Wagenstraat was eigenlijk de jazzclub van The Diamond Five, met Cees Slinger, John Engels, Cees Smal, Harry Verbeke en Jacques Schols. Dat had een heel kritisch publiek, dat ons stelletje Drenten al zag aankomen met drie gitaren. Dat wordt Shadows-muziek, hoonden ze. Dat zal wel niks worden. Maar we speelden de blues in een bezetting met piano, en binnen een mum van tijd was het publiek om. In de zaal zaten jongens als Wim T. Schippers, Johnny the Selfkicker en Willem de Ridder van Hitweek. Dat waren vernieuwingsgezinde liefhebbers. Zij waren onder de indruk. Hitweek besteedde aandacht aan dit optreden en dat opende de poorten voor de groep in het westen."

Henk Hilbrandie heeft overigens nooit royalties ontvangen voor de optredens en plaatopnamen. "Ik heb ooit van manager Jan Venhuizen 200 gulden gekregen. Meer niet. Er werd mij verteld dat de opbrengsten werden omgezet in apparatuur voor de groep en een bus voor vervoer. Desolation is door de jaren heen altijd goed verkocht, ook in het buitenland. Bovendien zijn er talloze verzamelelpees en -cd’s, waar nummers van Desolation op staan, of Just for Fun, dat destijds ook als single is uitgebracht. Maar van geld is nooit sprake geweest, tenminste niet voor mij."

Uiteraard heeft Henk Hillbrandie ook het boerderijtje in Grolloo meegemaakt. "Daar kwam ik zeer geregeld. Een klein onderkomen met die gammele witte piano en een bedstee met gore dekens en kussens. Het piepte en kierde aan alle kanten. Overal onkruid en een tonnetje als WC. We repeteerden daar en we vertrokken er vaak met ons Volkswagenbusje naar de optredens. Het barste er altijd van de chicks. Zelfs hun moeders waren op de Voorstreek niet altijd veilig… Die meiden waren sowieso niet van je af te slaan. Feestjes na de optredens, drank, blowen, vrouwen, dat hoorde er allemaal bij. We hadden een keer een optreden in Purmerend, in een zaaltje met een oude divan onder het toneel. De Blizzards pikten de ene meid na de andere uit de zaal en verdwenen met ze onder dat podium…"

Eind 1966/begin 1967 kwam er een einde aan Hilbrandie’s betrokkenheid bij C+B. "Ik zat op de kweekschool en die optredens werden me gewoon teveel. Soms kwamen we na een concert op zondagavond diep in de nacht thuis en zat ik de volgende dag kapot in de banken. Mijn moeder heeft me toen voor de keuze gesteld: De muziek in of de kweekschool afmaken. En omdat er volgens mijn ouders met die blues toch geen cent te verdienen was, heb ik voor mijn opleiding gekozen en ben ik bij The Blizzards weggegaan. Dat is zonder veel poespas gebeurd en al vrij snel daarna kwam Herman Brood. Maar ik heb anderhalf jaar met heel veel plezier en met ziel en zaligheid bij ze gespeeld."

Witte Brug
In de jaren die daarop volgden zag Henk Hilbrandie zijn oude kameraden van de band weinig. "Ik kwam ze alleen nog maar tegen in café Jan Dekker of in De Witte Brug. Ik herinner me daar nog een spelletje om rijksdaalders in het Kanaal te flipperen. Daar moet nog heel wat zilver op de bodem liggen. Het wereldje veranderde. De platen waren uit, ze werden veel gevraagd voor optredens, ze hadden dames om zich heen, kortom: Het waren de gevierde Blizzards."

XXJaapHilbrandieJaap Hilbrandie (foto links, met een oud washboard en een stukje eigen-gemaakt drumstel) verloor na de Blue Corner-periode ook veel van zijn oude muziekvrienden uit het oog. Hij was een jaar gaan varen, moest in militaire dienst en ging daarna studeren in Amersfoort. "Ik kwam in de weekenden alleen thuis om met The Old Fashioned Jazz Group te spelen. We zagen The Blizzards nog wel eens bij concerten, het Kerstvolleybaltoernooi bijvoorbeeld, maar zij waren toch wel erg veranderd vond ik. Er was geen echte klik meer. Er heerste duidelijk een eigen subcultuurtje. Dat was gewoon zo in die tijd, maar daar hadden wij eigenlijk niks mee."

Henk Hilbrandie volbracht de kweekschool met goed resultaat, gevolgd door een akte muziek aan het conservatorium in Amsterdam. Hij gaf 35 jaar "met heel veel plezier" muziekles, eerst aan de Middenschool in Groningen en later aan het Zernike-college. Na zijn pensionering deed en doet Henk er nog allerlei dingen bij, zoals reisleider en campinginspecteur in Letland en Roemenië. Maar belangrijker nog: Hij heeft ook weer een eigen band, The Embraceable Quintet, die diverse swingstijlen en dans- en luistermuziek speelt. In de groep zitten onder meer zangeres Mary Veldkamp en ook drummer Alfred Luyke, die vijftig jaar geleden al deel uitmaakte van The Old Fashioned Jazz Group! Zie voor meer informatie www.embraceablequintet.nl

XXafscheidOFJG kopieJaap Hilbrandie werkte tientallen jaren in het vormingswerk, als consulent/trainer en ook als docent aan de Hanzehogeschool in Groningen. The Old Fashioned Jazz Group bleef nog bestaan tot 1989/1990. In 1985 vierde de groep haar 25-jarig jubileum. Harry Muskee werd uitgenodigd en zong enkele nummers (foto links). "Het contact met Harry is altijd gebleven," zegt Jaap. "We kwamen af en toe bij elkaar over de vloer. Niet overdreven vaak, maar het was altijd goed."

Harry en Jaap behoorden, samen met Harry Kramer, Erik Mulder en Bert Zwiers tot een vriendengroepje dat elkaar al vanaf de lagere school kende. De laatste jaren vóór Harry’s overlijden kwamen ze regelmatig bij elkaar om iets te ondernemen: wandelen, fietsen, barbecuen, bijpraten. Toen Harry 65 werd, waren ze bij de feestelijkheden in café Hofsteenge in Grolloo. Ruim vijf jaar later woonden ze in Rolde de plechtigheden rond zijn begrafenis bij.

 XXBlueCorner

Hierboven: Zeldzame foto uit de Blue Corner, met onder meer Harry Muskee
(links),
Willy Middel, Dick Beekman (drums), Hans Kinds (midden) en
Eelco Gelling (rechts).

XXMuskeealsbassist

Harry Muskee met de grote
bas, die in de Kolk van het
podium viel...

Naar boven