Sjoerd Punter werkte in de jaren 1966 - 1973 als journalist bij de Drentse en Asser Courant. Als muziekliefhebber schreef hij in zijn krant regelmatig over het wel en wee van Gelling en Muskee. Sjoerd was eind april aanwezig bij de opening van de expositie 'Eelco
Gelling – Geweldenaar op de Gitaar'. Mede naar aanleiding daarvan actualiseerde hij een verhaal over zijn herinneringen aan C+B van enige tijd terug en stelde het aan deze website beschikbaar. Uiteraard nemen wij dit artikel, onder dankzegging aan Sjoerd, met plezier op.

Ik ontdekte de blues op een zoldertje boven bloemkolen, appels en peren. Een vriend, zoon van een Groningse groenteboer, had daar een mono-geluidsinstallatie staan die naar hedendaagse normen een tamelijk wrak geluid produceerde. Heerlijk, dat geluid. We zaten op dat zoldertje regelmatig te luisteren naar nieuw vinyl, dat we aanschaften bij de legendarische platenzaak van Roel Hemmes in de Steenstilstraat. Op een goede dag kwam mijn vriend aanzetten met de registratie van het American Folk Blues Festival 1962. Dat was een aangename verrassing, iets heel anders dan wat er doorgaans op de radio was. Voor het eerst hoorden we Memphis Slim, John Lee Hooker, T-Bone Walker en Brownie McGhee. Dit was muziek die diep van binnen kwam, muziek waarvan je voelde dat die ertoe deed. Prima spul. We waren meteen om.
XHarryenEelco2

Twee jaar later vernamen we dat er in Assen ook zulke elementaire muziek werd gemaakt. Drentse blues van Cuby & the Blizzards. We hadden in de krant een foto gezien van de zanger. Uiteraard zwart-wit. Alles was zwart-wit in die dagen. De zanger had het uiterlijk van iemand die ternauwernood uit een concentratiekamp was ontsnapt. Het leven was voor hem geen pretje. Dat zag je zo. We namen de trein naar Assen. Een half uur later liepen we naar Boele Geerts, de zaal waar Cuby & The Blizzards zouden optreden en waar ze ook repeteerden. De vader van slaggitarist Hans Kinds was hier ober, in een zijstraat tegenover het pand woonde bassist Willy Middel bij zijn ouders. Assen was een kleine wereld in die tijd. Het was zeer rustig op straat. Zaten de mensen soms allemaal in Boele Geerts? Dat was niet het geval. Er konden nog best wel wat liefhebbers bij in het bescheiden zaaltje aan de Groningerstraat. De rest van de avond ging als in een droom voorbij. We zagen een zanger met een rauw, diep doorleefd geluid, die af en toe oerkreten losliet. Naast hem opereerde een verfijnde stilist met een gitaar die hij smartelijk liet kreunen.
De blues hakte er behoorlijk in bij ons. Algauw kwamen we tot de conclusie dat hier een Magisch Duo stond. Voortaan gingen we naar ieder optreden van Cuby & The Blizzards bij ons in de buurt. We bezochten Harry ook op in z'n kamer aan de Collardslaan, met een stapeltje nieuwe bluesplaten onder de arm. Volgens mij droeg Harry in die tijd nog een houtje-touwtjejas, een serieuze jongen met iets te lang haar en holle wangen.

In 1965 kwam de eerste single van de Blizzards uit. Stumble And Fall klonk alsof het plaatje in een badkamer was opgenomen met een doodzieke microfoon. Eelco en Harry reisden naar Groningen om in koffiehuis Adam Appel, een verzamelpunt van 'artistiekelingen', het plaatje te laten horen. Natuurlijk werd het meteen opgezet. Iedereen uiteraard enthousiast. Een jaar later las ik dat Eelco was ontslagen als fotograaf van de Drentse en Asser Courant. Zijn haar was blijkbaar 'te lang'. Harry, die daar werkte als corrector, was solidair en nam ontslag. Niet veel later hoorde ik dat de Drentse en Asser Courant een leerling-journalist zocht. Dat was mijn kans om te penetreren. Ik stopte met studeren, meldde me aan en werd aangenomen. Binnen een jaar had ik langer haar dan Eelco Gelling ooit had gehad. In diezelfde tijd kwam Desolation uit, het eerste album van Cuby & The Blizzards. Het was heel wat beter opgenomen dan dat eerste singletje, al was Harry er niet helemaal tevreden over. Dat was hij meestal niet. Ginhouse Blues was voor mij het beste nummer van het eerste album, huiveringwekkend goed. Harry gaf alles en braakte verdriet en wanhoop uit: Stay away from me everybody, een zin met tien uitroeptekens. Ook nu klinkt dit nummer nog even authentiek als toen ik het voor het eerst hoorde. Met Window Of My Eyes en Somebody Will Know Someday het artistieke hoogtepunt van het Magische Duo.
XWederomvenGrolloo
In de jaren die volgden leerde ik Harry en Eelco beter kennen. Het waren zeer uiteenlopende types. Harry was een impulsieve binnenvetter, een man die net als het Nederlandse weer van het ene op het andere moment kon veranderen. Zijn gedrag was onvoorspelbaar. Hij zag zichzelf graag als een loner, eenzaam dwalend over de hei, een Drent onder de Drenten. Kwam over als een ietwat onhandige plattelandsjongen, terwijl hij toch het grootste deel van zijn leven zou doorbrengen in de stad. Hij vertelde dat hij er niet zo van hield om mensen om zich heen te hebben. "Alles wat niet nodig is moet weg. Ik beperk de omgang met andere mensen het liefst tot een minimum." Dat klinkt als romantische Weltschmerz, maar toen Harry in 1972 helemaal aan de grond zat en bij mij kwam wonen, bleek hij toch wel degelijk behoefte aan gezelschap te hebben. Hij deed ook helemaal niet moeilijk, stelde zich sociaal op. Hij was in die tijd actief voetballer in het zevende van Achilles, een ouwe-lullenteam met een hoog alcoholpercentage. Wedstrijden van Ajax, dat in die tijd iedereen van de mat speelde, volgde Harry voor de kleurenbuis in volledig tenue, bestaande uit een strakzittend voetbalbroekje en een Achilles-shirt. Uiteraard had hij voetbalschoenen met flinke noppen aan. Een wedstrijdbal lag klaar. Soms wond Harry zich zo op dat ik bang was dat hij de bal door het dure beeldscherm zou jagen.

Na een jaar bij mij gebivakkeerd te hebben, vele knusse avonden later, verdween Harry zomaar. Een half jaar hoorde ik helemaal niets. De kamer van Harry met uitzicht op een scholengemeenschap had ik inmiddels ontruimd, want het rook daar niet fris. Harry had zijn beddengoed namelijk nooit ververst. Behalve een bed stond er verder niet veel. Op een avond stond Harry opeens weer voor de deur. Hij gaf geen verklaring voor zijn afwezigheid en keek vreemd op toen hij zag dat zijn kamer was ontruimd. "Punter, hier heb je de huur," zei hij en overhandigde een stapeltje bankbiljetten. Woest beende hij weg. "Ik hoef dat geld niet," riep ik hem nog na, maar er kwam geen reactie. Natuurlijk kwam het weer goed. In 2001 reisde Harry naar Eindhoven om mijn verhalenbundel De geur van verse mango's te presenteren. Zo was hij ook: op een vreemde manier toch trouw.
XWeerpresentatieboek
Eelco was een ander verhaal. Toen ik uit Assen was vertrokken en weer in Groningen woonde, kwam ik regelmatig over en logeerde dan bij hem. Eelco was een goed gastheer. Rond een uur of twee 's middags maakte hij een lekker ontbijtje klaar en nam daarna terstond de gitaar ter hand terwijl de middag langzaam voorbij dreef. Je moest er niet vreemd van opkijken dat er een tropisch vogeltje door de kamer vloog. Eelco was namelijk van mening dat een kooi een open deurtje moest hebben. Misschien zag hij zijn eigen leven ook wel zo: als een soort gevangene die af en toe moest ontsnappen. En dat deed hij dan ook met verve. Ik belandde eens met hem in Nijmegen. Hoe dat precies kwam, weet ik niet meer, maar het had met groupies te maken. Na een dag hield ik het voor gezien. Een paar dagen later belde Ria, de vrouw van Eelco, mij op. Of ik wist waar hij was? Nee, dat wist ik niet. Toen Eelco al een week spoorloos was, belde Ria opnieuw op. Ze was thans erg ongerust. Terecht natuurlijk. Ik heb haar toen verteld hoe het zat. Ze wist meteen bij welke groupie Eelco was ondergedoken. "Dat kutwijf! Die is ’s nachts een keer bij ons binnengedrongen. Die stond zomaar voor ons bed."

Eelco was zeker niet het gehoorzaamste jongetje van de klas. Hij reed, net als Harry, rond zonder rijbewijs. Op een avond stond de politie voor de deur. Wat bleek? Eelco had de avond ervoor een flobertgeweer van een kennis uitgeprobeerd en een schot gelost dat per ongeluk bij de overburen door het raam was gegaan. Op de een of andere manier leverde dat in Assen geen probleem op. Eelco kon natuurlijk ook heel goed onschuldig kijken. Hij was een man om van te houden. Helaas sloegen de gevoelens voor Eelco om bij Harry, en ontwikkelde hij een levenslange haat voor de man met de mooiste bluessolo's. I was born to be a simple man, zong Harry in 1971. Just to sing a simple song. But somebody came and cursed my life. I didn’t know what I’d done wrong.
XMetRobHoeke
In de tijd dat Harry bij mij kwam wonen, lag de band behoorlijk op zijn gat. Op een gegeven moment kwam Rob Hoeke in beeld, de boogiewoogiepianist met de razendsnelle vingers. Ik reisde met Harry naar Haarlem om hem te ontmoeten. We kwamen terecht bij Barry Zand Scholten, een sportjournalist van De Telegraaf, die de pot met peppillen bewaakte waar Rob Hoeke, een echte speedfreak, op was aangewezen. Hij kreeg de pillen van de apotheek, maar kon niet zo goed doseren. Vandaar dat die pot ergens anders stond. Rob was een man die van opschieten hield. Hij ergerde zich dood aan het indolente gedrag van Harry en Eelco. Hij vluchtte regelmatig naar zijn auto, waar hij een kortegolfzender had en contacten legde met zendamateurs in verre landen. Ik maakte hem een keer mee buiten de stad, waar de rust regeerde. Rob drukte de handen tegen zijn oren. "Verdomme, ik kan niet tegen stilte,” verduidelijkte hij. "Doet zeer. Pijn in mijn oren, man." Teleurgesteld droop Rob Hoeke al vrij snel af. Ik heb hem nooit meer teruggezien.

In die tijd ging het ook niet erg goed met Herman Brood, de pianist die vanwege een onnozel drugsakkefietje uit de Blizzards was gesmeten. Hij had zich ontwikkeld tot een bekende verschijning in duistere kringen, spoot twee gram speed per dag. De echte zware jongens moesten natuurlijk hard lachen om Hermans acties in het holst van de nacht. Regelmatig werd hij gearresteerd, bijvoorbeeld omdat hij om drie uur ’s nachts, voorzien van een zonnebril, door het centrum van Groningen liep met onder zijn arm een kostbare elektronenmicroscoop die hij zojuist had ontvreemd uit een universitair instituut. Zoiets valt natuurlijk op. Op een dag las ik in de krant een bericht over een weduwe uit Assen die was gestoord in haar middagslaapje omdat er beneden in de huiskamer iemand zat te improviseren op de piano. Dat moest een inbreker zijn geweest, want er was ook een setje zilveren lepels verdwenen. De politie beweerde dat ze de zaak onderzochten, maar ik had wel een idee wie de dader was…
XHermanBrood 
Vreemd genoeg werkte Herman ook nog even bij de Eerste Drentse Nachtveiligheidsdienst. Het dienstverband duurde slechts één nacht en betrof de bewaking van een geheel verlaten aardgaslocatie in Beilen. Ik zocht Herman op en zag door het raam hoe hij in het kantoortje bij de ingang bezig was met het kneden van de edele delen, bijgestaan door een collectie blote bladen. Herman had het libido van een olifant. Hij werkte nog een tijdje als barkeeper in Spoorzicht, een doorleefd etablissement in Assen dat betere tijden had gekend en nu voornamelijk werd bezocht door kampers. Dit waren de echte bad guys, voortdurend verwikkeld in duistere handeltjes en ook nog eens vuurwapengevaarlijk. Als je van hen een auto kocht, kon je maar beter onder de motorkap kijken. Het zou niet de eerste keer zijn dat deze mannen er in slaagden een auto zonder motor te verkopen. Na het werk sliep Herman boven het café, altijd naast zijn piano. Uiteraard met voldoende vrouwen binnen handbereik, een koffer vol onder z’n bed. Erg lang hield hij het niet vol achter de bar. Hij verhuisde naar Amsterdam om daar de beroemdste junk van Nederland te worden.  

In 1978 vertrok ik naar Brabant om bij een grote krantencombinatie te gaan werken als journalist. In tegenstelling tot de situatie bij de Drentse & Asser Courant, waar een uitstapje naar de stad Groningen bijna als een wereldreis werd gezien, kon in Eindhoven bijna alles. Concert bezoeken in Hamburg, geen probleem. Jozef Luns interviewen in Brussel? Stap maar in de auto. Maar toen ik voorstelde om Gadaffi in zijn woestijntent op te zoeken, keken ze toch wel een beetje vreemd. In 1988 besloot ik voor de bladen Harry te interviewen. Er was al een tijd weinig van hem vernomen. Het was volop winter, een verlammend koude wind woei rond de flat in Ass'n waar Harry op de zesde verdieping woonde. Ik wist dat Mariska Cock, zijn hoogblonde vriendin, er met de gitarist van de band vandoor was. Erg goed kon de stemming van Harry dus niet zijn, maar hij wilde er absoluut niet over praten. Somebody stole my baby, but they can’t steal your best baby away because that’s the blues, meer wilde hij er niet over zeggen. Geen stoelen in de woonkamer, alleen maar kussens op de vloer, een soort harem zonder vrouwen. Harry vertelde dat hij in een ligperiode terecht was gekomen. "Vooral nu het winter is, heb ik de neiging als een mol in een holletje te kruipen en daar niet meer uit te komen. Af en toe wandel ik met de hond rond de flat en dat is het dan wel."
XOpnieuwHarryenEelco 
Het was duidelijk dat de carrière van Harry Muskee weer eens op een dood spoor zat. "Er worden nog wel platen van mij uitgebracht, maar die kun je alleen op zorgvuldig geheim gehouden plaatsen aanschaffen," zei hij bitter. "Als ik optreed, zeg ik wel eens: Dit is een nummer van onze nieuwe elpee, en ren naar de winkel want het is nu al een collector’s item." Bij wijze van troost vertelde ik Harry dat Tim Hardin acht jaar na zijn dood opeens in de Nederlandse Top Tien stond met het nummer How Can We Hang On To A Dream. Harry was een groot bewonderaar van Tim Hardin, een Amerikaan die prachtige nummers schreef en ze bracht met een hypersensitieve stijl, een vocale scherpte die Harry ook ambieerde maar nooit helemaal bereikte. Toen Tim Hardin in de jaren zeventig naar Assen werd gehaald voor een optreden in De Kolk stond Harry uiteraard vooraan. Net als Herman Brood. Voor even kleine mensen in de rol van fan. Tim Hardin had last van podiumvrees, niet zo handig natuurlijk voor een zanger, en had zich vooraf aan de bar flink moed ingedronken. Met als gevolg dat hij tijdens het optreden achter de piano in slaap viel. Herman Brood rukte uit om 'over het spoor' brandstof te scoren. Tim Hardin was daarna niet meer te houden. Hij leek de hele nacht in de hoogste versnelling door te willen spelen. Na de show ging Tim met ons mee naar de flat van Eelco. Hij ging op de grond zitten en zei dat-ie hoopte dat we Engels verstonden. Hij zong een nummer dat nooit op de plaat is verschenen. Het heette Rodeo Cowboy en ging over een man die constant uit het zadel wordt geworpen. In feite ging dit nummer over hemzelf. Het was een legendarische avond. Tim stierf in 1980. Hij werd maar 39 en op zijn graf stond een tekst die hij zelf had bedacht: He sang from his heart.

Het zou tot 2006 duren voordat ik Harry terugzag tijdens de presentatie van een boek over de popmuziek in Drenthe. Harry nam het boek in ontvangst, stak zijn hand op naar mij en ging er snel vandoor. Toen ik 's nachts terugreed naar Eindhoven, starend naar verlaten wegen, bekroop me het gevoel dat ik Harry Muskee nooit meer terug zou zien. En dat was ook zo. In 2010 kreeg Harry zijn eerste gouden plaat voor het album Cats Lost. Eindelijk gerechtigheid. Een jaar later hoorde ik dat Harry ernstig ziek was. Binnen een paar maanden was het bekeken. Vlak voor zijn dood, bijna postuum, kreeg hij nog een gouden plaat, dit keer voor de heruitgave van Groeten uit Grollo. Het nieuws van de dood van Harry werd maandagavond 26 september 2011 iets na half negen bekend gemaakt door Johan Derksen in zijn voetbalshow op RTL7. Een grootscheeps afscheid volgde. Honderden mensen kwamen naar Grolloo om afscheid te nemen van de man die wilde leven als een mol. Het verbaasde me een beetje. Ik was niet vergeten hoe in het jaar dat Harry bij mij woonde bijna niemand hem opzocht. Alleen Eelco Gelling kwam af en toe langs. Maar op de begrafenis was hij niet welkom. Zelfs toen Harry de dood in de ogen keek, wenste hij geen verzoening. Het was een bijzonder droevig einde van wat eens een Magisch Duo was.
XSjoerdenHarry
Sjoerd Punter

De foto's bij dit artikel zijn van Sjoerd Punter, Bert Jippes en Koert Broersma.

Naar boven