Hoofdstukindex:

Hekel aan Koelewijn
XJanjasjeharryDe laatste keer dat Akkerman Harry zag, was bij het Instituut Beeld en Geluid in Hilversum, ongeveer een half jaar voor zijn dood. "Het was de opening van één of andere expositie geloof ik. Ik stond met Harry te praten en plotseling schoot hij een andere kant op. Peter Koelewijn kwam namelijk binnen en daar had Harry een bloedhekel aan. Volgens hem deed Koelewijn altijd vrij neerbuigend over mensen uit het noorden en bovendien beweerde hij met Kom van dat dak af de rock ‘n roll in Nederland te hebben gebracht. Helemaal verkeerd natuurlijk, want op rock ’n roll-gebied was er maar één in dit landje en dat was Andy Tielman. Dus Koelewijn was voor Harry een hele foute man, die hij zoveel mogelijk wenste te ontlopen. Koelewijn kwam naar me toe voor een begroeting. Harry stond achter zo’n glazen wand uiterst obscene gebaren rond zijn kruis te maken. Koelewijn kon dat niet zien, maar ik wel. God, en dan die rare kop van Harry er ook nog bij…"

Jan laat dit tafereel op zich inwerken. Hij ziet het weer helemaal voor zich. Hoofdschuddend zegt hij: "Harry was een behoorlijk dwars baasje, maar ik heb er nooit iets van gemerkt. Hij had een mening, en mag dat niet dan? Wat dat betreft kan ik er ook wat van hoor… Maar ja, twee dwarsliggers, dat ligt elkaar misschien wel. Harry zei ook soms tegen me dat ik wel een Drent kon wezen. Het is wonderlijk hoe dat in elkaar greep: Ik kom uit de achterbuurten van Amsterdam en heb niets noordelijks. En toch vond Harry dat ik wel een Drent kon zijn…"
 
XAkkermanKingTot slot praten we nog even over het feit dat Jan Akkerman enkele malen heeft gespeeld met B.B. King (foto links). Het gaat uiteindelijk om de blues nietwaar? Jan: "Ik wou dat ik 10% van zijn charme had. Die man is gewoon uniek. Ik heb heel veel Franse en Django Reinhardt-invloeden in mijn spel en King heeft natuurlijk een hele andere achtergrond. Maar toen we met z’n tweetjes op de bühne begonnen te spelen, zaten we elkaar al na enkele seconden verbaasd aan te kijken. We bleken op precies dezelfde lijn te zitten."

Marian, de vrouw van Jan, vult aan: "Na afloop zei B.B. King dat hij af en toe vergat om zelf te spelen, omdat hij zo graag naar Jan wilde luisteren." Jan gaat daar direct op verder: "Dat had ik dus vroeger met Eelco ook. Als je wilt weten wat ik van Eelco vind, is dat het simpelste en duidelijkste antwoord. Als we samen speelden, hield ik vaak op omdat ik alleen maar naar Eelco wilde luisteren. Dat zegt toch alles? Ik kan zelf best een aardig riedeltje weggeven, maar ik vond hetgeen Eelco had te vertellen op zijn gitaar veel belangrijker dan alle Hendrixen, Claptons en Becks bij elkaar. Dat vond ik toen al, en dat vind ik nog steeds, met alle respect!"

Als Jan later het C+B Museum bezoekt, stapt hij voor het eerst sinds 45 jaar het voormalige boerderijtje aan de Voorstreek weer binnen. Na enige tijd maakt hij zich los van het kleine gezelschap. Hij zoekt bewust de stilte van de deel. Nauwkeurig bekijkt hij alle voorwerpen in de vitrines. "Zo, dit komt wel even heftig binnen bij me," zegt hij ontroerd, om er enige ogenblikken later aan toe te voegen: "Ik wist helemaal niet dat Harry ziek was. Hij is natuurlijk veel  jong overleden en eigenlijk besef ik nu pas hoe erg ik hem mis…"

 

 

 

 

 

 

Naar boven