Hoofdstukindex:

Loosdrecht
ZjongeeelcoGelling (links op een vroege jeugdfoto) werd in 1946 in Zwartsluis geboren, maar verhuisde al snel naar Loosdrecht, waar zijn vader politieagent was. Hij is dus opgegroeid op en naast het water. Mooier kon niet, vindt hij. Maar ja, pa werd in 1957 overgeplaatst naar Drenthe, dus moest de hele familie mee.

"In het begin heb ik het best wel moeilijk gehad in Assen. Ik werd uitgemaakt voor Amsterdammer en ik verstond werkelijk geen reet van dat Drents! Later werd het natuurlijk beter, toen ik de jongens leerde kennen en we muziek gingen maken. En in Assen hadden we immers ook prachtige natuur, de bossen, de ruimte, de Drentse Aa, met de hond lopen, strunen en zo, onwijs. Maar ik heb lang last van heimwee gehouden."

Als Eelco later voor plaatopnames met C+B in Hilversum verbleef, ging hij regelmatig even terug naar Loosdrecht. "Jaren geleden was ik er met mijn eerste zoon en mijn toenmalige vriendin. Zo'n sentimental journey you know, waarbij ik alle oude plekken van vroeger opzocht. We zijn ook bij m’n ouderlijk huis geweest, de auto in de berm geparkeerd en koekeloeren weet je wel. Daar waren ze net aan het verbouwen. En toen gebeurde er iets ongelooflijks. Er kwam een onbekende man uit dat huis, met iets in z’n hand. Hij liep recht op me af en zei tot mijn stomme verbazing: Hier, een oud fotootje van je. Ik vond het al heel bijzonder dat die man me herkende, maar die foto… Die hadden ze even daarvoor achter het behang gevonden. Hoe bestaat het hé?"

ZeelcometgitaarIn Assen kwamen de muzikale aspiraties. Eelco vertelt dat het destijds allemaal is begonnen met de ukelele die hij van zijn moeder kreeg. "Ik kan het hout nog ruiken, dat vergeet je nooit meer. Vlak bij ons kwam er een gezin uit Indonesië wonen, met twee bloedmooie dochters. Wagenmakers heetten ze geloof ik. Dat was een geweldige familie, waaraan ik veel te danken heb."

"In dat gezin werd eindeloos muziek gemaakt. Ze vormden een soort groep, waarvan de vader de leider was. Met mijn ukelele mocht ik met die band mee repeteren, mits ik niet teveel voor oponthoud zorgde. Dus ik moest onwijs opletten, waardoor ik veel oppikte en binnen veertien dagen de basisdingen had geleerd. Dankzij hen kwam mijn muzikale ontwikkeling in een stroomversnelling. Ook al was ik nog jong en had ik dat zelf niet in de gaten, maar de familie Wagenmakers heeft absoluut aan de wieg gestaan van mijn carrière. Later heb ik nog les gehad van Nico Koenders, de baas van muziekwinkel Tonica. Eigenlijk een beetje te laat, want ik wist in feite alles al. Rond die tijd had ik ook al mijn eerste echte gitaar, een Egmond."

"Hans Kinds behoorde inmiddels tot mijn vrienden. De blues leerde ik kennen door Harry, die ook in de Vondellaan woonde. Bij hem hoorde ik platen van onder meer John Lee Hooker en dat herkende ik op de één of andere manier. Ik begreep die muziek, de intentie en de feel. Je kon er een bepaalde vrijheid mee creëren; dat voelde ik al snel aan."

Naar boven