Hoofdstukindex:

Nacht en Ontij
In 1968 besloot Boudewijn te breken met het repertoire uit zijn eerdere jaren. Om te beginnen nam hij de elpee Nacht en Ontij op. Dat was de opvolger van het zeer succesvolle Picknick, maar inhoudelijk van een totaal andere orde. Op zijn eigen website schrijft Boudewijn over die plaat: "Ik wilde er één maken met een verhaal, een soort luisterfilm. Met een vriend van de filmacademie, Lucien Duzee, kwam ik op het idee het verhaal van een heksensabbath te schrijven. Die hele elpee bestaat maar uit twee nummers, Babylon en Heksensabbath, dat 25 minuten duurt en op vinyl over beide plaatkanten is verdeeld. Het moest mystiek klinken en dat doet het ook. Muzikaal is het veelomvattend: van een middeleeuws heksenlied tot elektronische experimenten en van een Gregoriaans koor tot een wervelende finale die een mengeling moest zijn van Bach en Wagner."

XXGroot6In een poging de grenzen van de Nederpop verder te verleggen, maakte De Groot met Nacht en Ontij in feite de eerste Nederlandstalige 'concept-elpee'. Er werd druk geëxperimenteerd met  synthesizers, exotische instrumenten en geluidseffecten, die werden gefabriceerd in het 'elektronische laboratorium' van de onlangs overleden Dick Raaijmakers. 

Boudewijn: "Ook voor die plaat maakte ik gebruik van sessiemuzikanten en ik heb toen mensen gevraagd waarvan ik wist dat ik die 'lastige' elpee met ze kon maken: Kees Kranenburg jr. op drums, Hans Jansen op keyboards en Jan Hollestelle op bas. Ik had echter ook een goede gitarist nodig. De lovende woorden van Harry maakte het voor mij een stuk gemakkelijker om Eelco Gelling te vragen, die ik fenomenaal vond."

Manager Jan Venhuizen vult vervolgens aan: "Ik kan me nog herinneren dat Eelco werd benaderd. Wij hadden net de LP Trippin’ Thru A Midnight Blues uitgebracht en vonden het wel bijzonder dat hij aan een elpee van Boudewijn zou meewerken. Omdat wij dezelfde platenmaatschappij en dezelfde producer hadden, Tony Vos, was dat geen enkel probleem."

"Het was tof van Eelco om mee te doen, want dit was absoluut zijn ding niet," vervolgt Boudewijn. "Eelco was een nog vrijere jongen dan Harry en hij moest bij mij natuurlijk heel anders spelen dan bij C+B, min of meer in opdracht. En eerlijk gezegd was hij daar niet zo sterk in. We hadden voor Nacht en Ontij vier nummers gemaakt. Babylon en Heksensabbath pasten bij elkaar en bij de sfeer van die elpee. Maar we hadden ook twee andere nummers: Aeneas Nu en Wie Kan Me Nog Vertellen. Die hoorden duidelijk niet op die plaat thuis. We hebben ze wel opgenomen, en uiteindelijk als bonussingle bij de eerste persing van Nacht en Ontij gedaan. Later is die single ook nog apart uitgekomen. Op Aeneas Nu speelt Eelco prachtig solo, maar in dat nummer zit ook een bariton-sax. Dus ik zei tegen Eelco: het zou mooi zijn als jij precies gelijk met die bariton ook dat loopje speelt."  

XXGroot12Boudewijn neuriet het voor: da da da da... "En daar schrok Eelco ontzettend van! Hij antwoordde: dat kan ik niet… Terwijl zo’n elementair loopje door iedere gitarist probleemloos wordt gespeeld. Waarom was Eelco daar nou zo bang voor? Omdat hij iets diende te spelen dat hij niet zelf had bedacht, maar dat hem werd voorgeschreven. Het moest gelijk met die  bariton-sax en daarvan raakte hij totaal in de war. Dat loopje komt in Aeneas Nu diverse malen voorbij en hij heeft het twee keer redelijk goed gespeeld. Verder liet hij het lopen en gaf hij er een eigen interpretatie aan. Je kan het duidelijk horen als je naar het nummer luistert. Uiteindelijk hebben Tony Vos en ik gezegd: laat maar, want dit was Eelco niet. Tegen hem moest je zeggen: dit zijn de akkoorden, dit zing ik en als ik klaar ben, speel jij maar wat je wilt. Dat hebben we verder ook gedaan en toen was hij echt waanzinnig goed…"

Naar boven